
Het verhaal
Felix de Vos is geboren in het hoge Noorden. Op een plek met grote open vlaktes waar het koud is en waait en stormt. Nu kunnen vossen daar normaal heel goed tegen. Maar Felix niet, die houdt niet van de kou. Nadat hij in een storm zijn broers en zussen kwijtraakt besluit hij er voorgoed op uit te trekken. Hij wil naar een mooie plek waar het groen is … en niet zo koud! Op zijn reis naar het Zuiden komt hij veel mooie plekken tegen. Totdat hij op 25 juli 2007 bij Ardennen Camping Bertrix komt. “Wauw, wat is het hier mooi… Hier wil ik blijven!”
Op een dag woedde er een hevige sneeuwstorm. Felix en zijn broertjes en zusjes gingen op zoek naar een beschutte plek, maar onderweg gebeurde er iets heel ergs…. Felix bezeerde zijn pootje. Hinkend probeerde hij zijn familie bij te houden maar het lukte niet. Zijn pootje deed zo’n pijn en het waaide zo erg. Felix riep heel hard maar door de wind hoorde niemand hem. Hij raakte steeds meer achterop en uiteindelijk besloot hij te gaan liggen om een beetje te rusten. Hij was erg moe geworden… Toen hij wakker werd was de storm gaan liggen. Maar toen bedacht hij: “Ik vind mijn familie niet meer terug. Ik ben helemaal alleen.”
Best een beetje zielig voor Felix dus. Maar hij ging niet bij de pakken neer zitten en bedacht een slim plannetje. Want vossen zijn nu eenmaal slimme dieren. Hij besloot die dag op reis te gaan. Op zoek naar een plek waar het niet zo koud was en waar de lucht blauw was en de bossen mooi groen. Waar hij lekker kon spelen en beschutting kon zoeken tegen de kou en de wind. En… waar mensen waren, want daar had hij al veel over gehoord. Niemand van zijn familie had ze ooit gezien, maar hij had gehoord dat ze echt bestonden. En nieuwsgierig als vossen zijn, besloot hij ze te gaan zoeken. Zeker de kleine mensen vond hij interessant. Misschien zouden ze wel met hem willen spelen!
Zijn lange reis was heel spannend en soms een beetje eng. Hij kwam gevaarlijk water tegen en vieze fabrieken met stinkende schoorstenen. En blikken kasten op wielen die met zijn allen achter elkaar aan reden! Dat was vreemd. Ook zag hij voor het eerst echte mensen. Zijn reis ging van dorp tot dorp en van stad naar stad. Totdat hij ineens op een hele mooie plek terecht kwam, midden in de bossen. Er stond een groot bord langs de weg waar op stond: Ardennen Camping Bertrix. Hij besloot om te gaan kijken wat dat was…Ardennen Camping Bertrix. Hij kwam op de camping aan en vond het meteen al gezellig. De kinderen wilde met hem spelen, hij kon lekker zwemmen en er was zelfs een groot restaurant, waar hij heerlijk kon eten.
Wauw, wat vind ik het hiér leuk. Hier wil ik voor ALTIJD blijven…. Ik ben thuis!

Kijk eens hoe lief hij is! En hij kan ook heel goed dansen!
|